Geschiedenis

HOME  |  Over Voorne-Putten  |  Geschiedenis

Geschiedenis

Voorne-Putten in de loop der eeuwen

Archeologische onderzoek toont aan dat al 9 duizend jaar geleden mensen in dit gebied woonden. Als gevolg van het smelten van de ijskap steeg de zeespiegel en ontstond de Noordzee. De vroegste bewoners die de nieuwe kustlijn bezochten, voorzagen zich van voedsel door de jacht; zij verbleven slechts korte tijd op dezelfde plaats. Omstreeks 3 duizend v. chr. ontstond een duinenrij waarachter een nieuw landschap ontstond. De mensen die hier inmiddels woonden hielden zich naast de jacht ook met landbouw bezig. In de volgende duizend jaar veranderde het land echter in een moerasachtig gebied, waaruit de bewoning verdween.

Pas in de IJzertijd (800-50 v. chr.) keerde als gevolg van een verbeterde afwatering de bewoning terug. Ten tijde van de Romeinen (50-400 na Chr.) is er zelfs volop sprake van bewoning; verspreid over het hele gebied stonden boerderijen. In de vroege Middeleeuwen vond nogmaals een tijd van moerasvorming plaats, maar omstreeks het jaar 1000 leek de strijd in het voordeel van de boeren te zijn gestreden; de moerassen werden drooggelegd en ontgonnen.

Door het doorbreken van de duinenrij tussen Voorne en Goeree en de overstromingen van het daarachter gelegen land dreigde het gebied in de 12e eeuw alsnog verloren te gaan. Aan de noordzijde en achter de duinen waren echter stukjes land bewaard gebleven. Van daaruit werden Voorne en Putten vanaf de 13e eeuw op de zee herwonnen. Door diverse inpolderingen groeide Voorne uit tot één eiland, net als Putten. De Bernisse bleef als grensrivier bestaan. Door de overstromingen en bedijkingen ontstonden grillige grenzen. Voorne omvatte in de Middeleeuwen ook Goeree en Overflakkee, die respectievelijk West- en Zuidvoorne heetten. Putten omvatte ook een groter gebied. Door het ontstaan van het Spui als gevolg van de St. Elisabethsvloed van 1421 werd het eiland doorsneden en kwam een deel uiteindelijk in de Hoeksche Waard te liggen.

Het gebied was vooral gericht op de landbouw en veeteelt. Uitzonderingen waren de vestingstad Brielle, waar handel plaatsvond, het vissersdorpje Zwartewaal en het fortresse Hellevoetsluis, dat voornamelijk als vlootbasis van de Admiraliteit op de Maze diende.

In 1830 werd het Kanaal door Voorne gegraven. Met dit kanaal werd de verbinding van Rotterdam naar de zee sterk verbeterd. Voor Voorne had het grote gevolgen. Aan de noordzijde groeide Nieuwesluis uit tot een eigen dorpje, in het zuiden profiteerde Hellevoetsluis van het verkeer door het kanaal. Aangrenzende polders profiteerden bovendien van een verbeterde afwatering.

Vorige eeuw

In de eerste helft van de 20e eeuw was landbouw nog steeds hoofdmiddel van bestaan. Het midden- en grootbedrijf was daarbij overheersend; maar er was ook sprake van veel kleinschalige zogenoemde keuterboertjes, vooral in het gebied vlak achter de duinenrij.

In het eerste decennium werden de verbinding met de vaste wal en de bereikbaarheid tussen de meeste plaatsen onderling verbeterd. Ook de ontsluiting van het eiland werd verbeterd. In 1902 werd de Spijkenissebrug gebouwd, waarna de tramlijnen daarover konden worden gelegd. Dit ging voortvarend, in 1906 werden zowel de lijn Spijkenisse-Oostvoorne als Spijkenisse-Hellevoetsluis geopend. Begin jaren 30 volgt de aanleg van de Groene Kruisweg.

De Tweede Wereldoorlog is aan het eiland niet onopgemerkt voorbijgegaan. Van de Joodse gemeenschap vonden 45 mensen de door. Grote delen van Voorne en Putten werden in februari-maart 1944 onder water gezet. Diverse dorpen moesten daartoe worden ontruimd. In de duinen en op het strand werden honderden bunkers en versperringen gebouwd.

Na de bevrijding kwam een periode van wederopbouw. Ook werd er gewerkt aan de aanleg van de Brielse Maasdam naar het eiland Rozenburg, om daarmee de verzilting van de bodem tegen te gaan. In 1953 bleek deze dam een redding voor velen: de Watersnoodramp ging aan westelijk Voorne voorbij. Hoe erg het had kunnen zijn bleek wel in oostelijk Voorne; daar kwamen tientallen mensen op de beruchte 1e februari om het leven toen de Oudenhoornsezeedijk het begaf en de zee het land overspoelde. In Putten vielen geen slachtoffers. Putten en westelijk Voorne konden als vluchtgebied fungeren voor het getroffen deel van Voorne.

Het Deltaplan moest een oplossing bieden ome en herhaling van de Ramp te voorkomen. In dat kader kwam in 1971 de Haringvlietdam gereed, waarmee het Haringvliet werd afgesloten en eveneens een vaste verbinding ontstond met Goeree-Overflakkee.

In de landbouw trad met name door de ruilverkaveling een enorme schaalvergroting op. Dat gold ook voor de tuinbouw. De kleine landbouwbedrijfjes achter de duinenrij ontwikkelden zich tot een (glas)tuinbouwgebied van formaat. De duinen en het strand kregen meer en meer een recreatieve bestemming, evenals de Brielse Maas, het haringvliet en de Bernisse.

De metamorfose van de eilanden Rozenburg en de Welplaat tot Europoort en Botlek heeft ook op Voorne-Putten haar uitwerking gehad. Een gevolg was dat de verbindingen verbeterden door de aanleg van de vele bruggen en wegen die het eiland voorgoed ontsloten.

(bron: Kijk op Voorne-Putten van de VH Media Groep)

Top